ONTWIKKELINGEN LCA
Wijziging totstandkoming MKI: van Set 1 naar Set 2
Inleiding
Voor het berekenen van de milieuprestatie van bouwwerken wordt gekeken naar de door de overheid aangewezen milieu-impact categorieën. Een levenscyclusanalyse (LCA) resulteert in een rapport waarbij inzichtelijk wordt welke grondstoffen worden verbruikt en welke emissies vrijkomen gedurende de levensloop van (bouw)producten. Deze emissies worden in verschillende milieu impact-categorieën ingedeeld, zodat complexe data in toegankelijke cijfers wordt uitgedrukt met passende eenheden.
In Nederland is de MKI gebaseerd op 11 milieu-effecten. Deze set aan milieu-effecten wordt met set A1 aangeduid. Nederland is het enige land in Europa die deze set nog hanteert. In Europa wordt inmiddels sinds 2021 een nieuwe set gehanteerd, set A2. Deze set neemt 19 milieu-effecten mee en wordt set A2 genoemd.
De overgang naar set A2 heeft als doel om een meer complete en nauwkeurige beoordeling van de milieu-impact van bouwprojecten te geven, in lijn met de laatste wetenschappelijke inzichten en Europese normen.
In dit artikel bespreken we de overgang van set A1 naar set A2 bij milieu-impactberekeningen. We leggen uit wat deze sets inhouden, welke veranderingen de nieuwe weegset A2 met zich meebrengt en wat de gevolgen zijn voor GWW-projecten. Ook kijken we naar waarom MKI-scores zullen stijgen en wat dat betekent voor aanbestedingen en duurzaam bouwen. Tot slot gaan we in op wanneer de nieuwe set wordt ingevoerd en hoe dit aansluit op de voorgenomen wetgeving voor milieuprestaties in de GWW-sector.
Wat is er nieuw?

In de nieuwe set worden een aantal milieu-indicatoren opgesplitst of toegevoegd. Zo is bijvoorbeeld klimaatverandering opgesplitst in subcategorieën (fossiel, biogeen, landgebruik), en zijn categorieën als fijnstof (particulate matter) nu afzonderlijk benoemd in plaats van verscholen in een andere categorie. Ook zijn impactcategorieën als verzuring, vermesting (eutrofiering), zomersmog, humane toxiciteit en ecotoxiciteit herzien en verfijnd.
Naast de uitbreiding van categorieën wordt er een nieuwe weegset gehanteerd. De weegset bestaat uit wegingfactoren (in euro per eenheid impact) die door de overheid zijn aangewezen om elke impactcategorie naar één MKI-waarde te vertalen. Belangrijke veranderingen hierin zijn dat bepaalde milieu-effecten zwaarder meewegen dan voorheen; met name klimaatverandering (CO₂-uitstoot) krijgt een veel hogere weging. Ter illustratie: de waarde per kg CO₂ is verhoogd van €0,05 naar €0,116, meer dan een verdubbeling, om beter aan te sluiten bij klimaatdoelen en CO₂-prijzen. Ook uitputting van grondstoffen krijgt een hogere waardering om het primair grondstofgebruik terug te dringen.
De combinatie van meer impactcategorieën en nieuwe weegfactoren leidt tot een ander milieuprofiel voor bouwmaterialen en -producten. Hierdoor verandert ook de berekende milieuprestatie (MKI) van een product of project significant.
Samengevat: waar een product volgens set A1 één MKI-score had op basis van 11 indicatoren, krijgt het in set A2 een nieuwe MKI-score op basis van 19 indicatoren en herziene wegingsfactoren. Deze scores zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de oude: het is een andere meetlat. In feite biedt set A2 een meer complete en actuele inschatting van de milieu-impact van bouwprojecten, in lijn met de laatste wetenschappelijke inzichten en Europese standaarden.
Wat is de impact voor de toepassing van MKI in de projecten?
Materialen en materieel
De invoering van de nieuwe set en bijbehorende weegfactoren beïnvloedt de uitkomsten van zowel bestaande als nieuwe bouwmaterialen:
- De overstap naar set A2 heeft merkbare impact op de MKI-scores van materialen en projecten in de grond-, weg- en waterbouw. Over het algemeen geldt dat MKI-waarden omhooggaan door de nieuwe rekenmethode. Uit een impactanalyse in opdracht van Stichting NMD blijkt dat voor de meeste bouwproducten de MKI toeneemt met een factor 1,4 tot 2,1. Met andere woorden, een materiaal dat voorheen een MKI van €10 had, kan met de A2-set nu bijvoorbeeld €14 tot €21 scoren, zonder dat het materiaal zelf veranderd is. Deze stijging komt vooral doordat er meer milieu-effecten worden meegerekend en omdat bepaalde effecten zwaarder wegen, met name klimaatverandering.
- Uit casestudies in de GWW-sector blijkt verder dat de rangorde van milieuprestaties meestal gelijk blijft. Een voorbeeld: bij geleiderails (vangrails) werden een viertal varianten vergeleken – nieuwe stalen rails, gerenoveerde stalen rails, hergebruikte stalen rails en een biobased houten geleiderail. Hoewel alle MKI-scores in absolute zin stegen onder set A2, bleef de volgorde van hoog naar laag hetzelfde; de houten geleiderail behield de laagste MKI en presteerde dus nog steeds beter dan de stalen opties. Dit ondanks dat hout in set A2 iets zwaarder wordt belast op bijvoorbeeld landgebruik en fijnstofvorming.
- Met set A2 gaan we verder zien dat de MKI van fossiele brandstoffen flink omhoog gaat. Zo wordt gerapporteerd dat de MKI van dieselverbruik stijgt met een factor +-1,67, terwijl elektriciteit gematigder toeneemt (factor 1,25–1,43, afhankelijk van grijze of groene stroom). Het verschil tussen grijze en groene stroom wordt iets groter: grijze elektriciteit stijgt relatief iets meer dan groene stroom. Opvallend is dat zelfs sommige alternatieve energiedragers een stevige stijging kennen – de MKI van waterstof als brandstof neemt nog meer toe dan die van diesel, met factor +-1,83–1,90. Dit komt doordat waterstofproductie energie-intensief is en nu zwaarder wordt meegeteld in nieuwe categorieën.
Naast de MKI verandert er weinig in de uitkomsten voor indicatoren die we gebruiken om de beleidsdoelen te volgen (CO₂-uitstoot, grondstoffengebruik, energieverbruik en emissieloos transport en bouwmaterieel). Alleen de CO₂-resultaten (uitgedrukt in tonnen) verschuiven licht in de nieuwe set A2, maar blijven goed vergelijkbaar met de waarden uit de oude set. Hierdoor blijven de monitoringsresultaten in het dashboard, met uitzondering van de MKI, betrouwbaar en bruikbaar voor het vergelijken van projecten en jaren. Het monitoringsdashboard kan dus, met uitzondering van de MKI, gewoon op dezelfde manier gebruikt blijven worden.
Projecten
Hogere MKI-scores voor materialen en processen betekent ook de totale MKI-projecten zal toenemen. Dit heeft ook implicaties voor ontwerpen, uitvoering/as-built en met name voor aanbestedingen:
- Doordat klimaatimpact nu zwaarder wordt gerekend, loont CO₂-besparing financieel zwaarder in de MKI. Dit stimuleert innovaties zoals laag-CO₂-beton, gerecycled asfalt, elektrificatie van materieel, enzovoort, omdat die in een aanbesteding relatief meer MKI-winst opleveren ten opzichte van conventionele alternatieven. Daarnaast zet de hogere weging voor grondstoffengebruik binnen de MKI aan tot meer hergebruik van materialen en efficiëntere bouwmethoden. Op deze manier fungeert de aangepaste MKI-systematiek nog sterker als middel/sturingsinstrument in de verschillende fases van het project: het prikkelt zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers om duurzamer te handelen.
- Het gunningscriterium MKI moet worden herijkt, omdat een referentieberekening met weegset A2 een hogere MKI-referentiewaarde oplevert. Hierdoor moet ook het bijbehorende gunningsvoordeel opnieuw worden vastgesteld.
- Daarnaast is het nodig om de eisen en uitgangspunten rond de gebruikte LCA-data in MKI-berekeningen te actualiseren en hierop te controleren. Bestaande levenscyclusanalyses (LCA’s) die nog gebaseerd zijn op set A1 zijn onvolledig en moeten worden aangevuld met set A2 om bruikbaar te blijven. In de overgangsfase is het belangrijk erop te letten dat de gehanteerde MKI-waarden daadwerkelijk uit set A2 komen, aangezien berekeningen op basis van set A1 structureel lagere waarden geven. Stichting NMD, LCA-bureaus en andere partijen informeren producenten, leveranciers en aannemers al over het actualiseren van hun LCA’s en EPD’s. Ook opdrachtgevers hebben hierin een taak: zij moeten inschrijvende partijen bij aanbestedingen wijzen op deze wijzigingen. Eco Monitor ondersteunt hierbij door de benodigde informatie aan te leveren.
- Verder geldt dat bij het stellen van eisen, zoals een maximale MKI per project of per materiaal, de bijbehorende grenswaarden opnieuw moeten worden vastgesteld voor set A2.
Kortom, het hanteren van een andere set kan invloed hebben op keuzes bij ontwerp, aanbesteding en beheer. Tot 2025 kunnen daarom verschillende MKI-waarden gelden voor hetzelfde bouwmateriaal, afhankelijk van de gebruikte set. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het vergelijken van ontwerp-opties, beheer strategieën of het opstellen van aanbestedingen met gunningscriterium MKI.
Wanneer vindt deze verandering plaats?
Oorspronkelijk was invoering gepland voor 1 juli 2025, maar na de Woontop heeft de minister aangekondigd dat er eerst een besluit genomen wordt over de aanscherping van milieuprestatie-eisen. Dit betekent dat de officiële invoering is uitgesteld.
Tot parlementaire goedkeuring blijven alle officiële LCA en MKI-berekeningen gebaseerd op set A1. Dus we weten nog niet wanneer de daadwerkelijke omschakeling zal plaatsvinden.
We hebben de afgelopen periode gebruikt om ons voor te bereiden op deze wijziging door de Rekenmodule, online omgeving en aanvullende documentatie gereed te maken voor set A2. Doordat het nu al meedraait in de berekeningen en laten we de overstap naar de nieuwe set zo soepel als mogelijk verlopen. Wij zijn er klaar voor, jullie ook?
Bronnen:
Stichting NMD – Rekenen met set A1 en A2