MKI 2027
Voorbereiden op MKI in 2027: praktisch stappenplan
Hoe bereidt u uw organisatie voor op de MKI-regels van 2027?
De Milieukostenindicator krijgt een steeds belangrijkere rol binnen de GWW. Tegelijkertijd werkt het Rijk aan wettelijke milieuprestatie-eisen voor publieke aanbestedingen.
Voor gemeenten, provincies en waterschappen roept dat een praktische vraag op:
Wat moeten we nu regelen om straks goed met MKI te kunnen werken?
De voorbereiding gaat verder dan het volgen van een cursus of aanschaffen van een rekenprogramma. Om MKI werkelijk als sturingsinstrument te gebruiken, moeten beleid, ontwerp, inkoop, uitvoering en monitoring op elkaar aansluiten.
Daarom geven we hieronder een praktisch stappenplan.
Eerst: wat verandert er richting 2027?
Het wetsvoorstel voor milieuprestatie-eisen in de GWW is in 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde regelgeving richt zich op twee hoofdonderdelen: milieuprestatie-eisen voor aangewezen producten en het meewegen van de milieuprestatie van grotere GWW-werken bij aanbestedingen.
De exacte uitwerking is nog niet volledig definitief.
Toch is wachten niet nodig. De onderliggende werkwijze met LCA en MKI bestaat al en wordt al toegepast door publieke opdrachtgevers.
Sterker nog: organisaties die nu ervaring opdoen, kunnen straks veel eenvoudiger aansluiten op de uiteindelijke regels.
Stap 1: breng het huidige kennisniveau in kaart
Begin niet met een tool, maar met de organisatie: Wie heeft nu al ervaring met MKI?
Controleer bijvoorbeeld de kennis bij:
- projectleiders;
- inkopers;
- contractmanagers;
- duurzaamheidsadviseurs;
- ontwerpers;
- beheerders;
Vaak blijkt kennis versnipperd aanwezig.
Een duurzaamheidsadviseur kent de theorie, terwijl een projectleider niet weet wanneer een MKI-berekening moet worden uitgevoerd. Een inkoper heeft misschien ervaring met BPKV, maar niet met het beoordelen van de MKI van een product of werk.
Door dit eerst inzichtelijk te maken, kan de opleiding veel gerichter worden ingericht.
Stap 2: bepaal waar MKI binnen uw projecten waarde toevoegt
Niet ieder project hoeft op dezelfde manier met MKI te werken.
Bij een groot infrastructureel werk kan het zinvol zijn om een project-MKI te gebruiken. Bij een relatief eenvoudig RAW-project kan juist worden gestuurd op enkele materialen met een groot aandeel in de totale milieu-impact.
PIANOo wijst er bijvoorbeeld op dat binnen RAW het ontwerp en materiaalgebruik vaak al grotendeels zijn vastgelegd. MKI kan daar worden gericht op belangrijke materiaaltypes, terwijl bij geïntegreerde contracten meer ruimte bestaat om het complete ontwerp te optimaliseren.
Maak daarom een overzicht van uw projecten en kijk naar:
- projectomvang;
- materiaalgebruik;
- contractvorm;
- ontwerpvrijheid;
- herhalingsfrequentie;
- potentiële milieu-impact.
Zo voorkomt u dat een zware MKI-aanpak wordt toegepast op een project waar nauwelijks beïnvloedingsruimte is.
Stap 3: kies één of enkele pilotprojecten
De beste manier om MKI te leren gebruiken is door ermee te werken.
Selecteer daarom één of enkele projecten die voldoende omvang en beïnvloedingsruimte hebben, maar organisatorisch nog beheersbaar zijn.
Een goed pilotproject heeft bijvoorbeeld:
- duidelijke hoeveelheden;
- een overzichtelijke scope;
- voldoende voorbereidingstijd;
- relevante materiaalstromen;
- interne betrokkenheid van inkoop en projectleiding;
- bereidheid om de resultaten te evalueren.
De pilot moet niet alleen een duurzame aanbesteding opleveren. Het project moet vooral kennis opleveren die bij volgende projecten opnieuw kan worden gebruikt.
Dat is ook het principe achter MKI onder de knie in de provincie Utrecht, waar organisaties verschillende niveaus doorlopen van kennismaken tot experimenteren en zelfstandig werken met MKI.
Stap 4: maak een referentieberekening
Wanneer MKI onderdeel wordt van een aanbesteding, is een goede referentie essentieel. De referentie-MKI geeft inzicht in de verwachte milieu-impact van het standaardontwerp of bestek van de opdrachtgever.
PIANOo adviseert bij het gebruik van MKI als gunningscriterium een generieke referentieberekening te maken en deze mee te geven bij de aanbesteding, zodat inschrijvingen ook duidelijk hebben wat de scope van de MKI berekening is. Dit helpt ook om tot vergelijkbare inschrijvingen te komen.
Een referentieberekening helpt daarnaast om vooraf belangrijke vragen te beantwoorden:
- Waar zit de grootste milieu-impact?
- Welke materialen zijn dominant?
- Hoeveel verbetering lijkt technisch haalbaar?
- Waar heeft een inschrijver daadwerkelijk invloed op?
- Hoe zwaar moet MKI meewegen om verandering te stimuleren?
Een referentie is daarmee niet alleen een getal. Het is input voor de volledige aanbestedingsstrategie.
Stap 5: leg uniforme spelregels vast
Een MKI-cijfer heeft weinig waarde wanneer partijen verschillende uitgangspunten gebruiken.
Leg daarom vooraf vast:
- de scope van de berekening;
- de hoeveelheden;
- de functionele eenheid;
- de rekenmethodiek;
- de toegestane milieudata;
- de gebruikte dataversie;
- de wijze waarop transport en materieel worden meegenomen;
- bewijsstukken;
- momenten van verificatie.
Vanaf 2026 is dit extra relevant vanwege wijzigingen in de MKI-systematiek. Zo heeft Rijkswaterstaat sinds 1 juli 2026 MKI-protocol 5.0 in gebruik en gaat voor eigen projecten die vanaf 2027 op TenderNed worden gepubliceerd over op de A2-weegset.
Organisaties moeten daarom versiebeheer serieus nemen. Een referentieberekening en inschrijfberekening moeten op dezelfde uitgangspunten kunnen worden vergeleken.
Stap 6: bepaal hoe sterk u wilt sturen
Een MKI-gunningscriterium werkt alleen als een betere milieuprestatie daadwerkelijk iets oplevert. PIANOo noemt meerdere mogelijkheden, waaronder een MKI-waardering, fictieve korting of kwaliteitsscore. Bij alle methoden geldt hetzelfde aandachtspunt: de milieuprestatie moet voldoende gewicht hebben om duurzame maatregelen interessant te maken.
Wanneer het voordeel te klein is, kan het financieel aantrekkelijker zijn voor een inschrijver om niets te veranderen. De juiste weging verschilt per project. Daarom is het verstandig om vooraf scenario’s door te rekenen. Wat gebeurt er wanneer een marktpartij de MKI met 5, 10 of 20 procent verbetert? Welk gunningsvoordeel en/of investeringsruimte ontstaat dan? Zo kan een opdrachtgever bewust bepalen welk gedrag hij in de markt wil stimuleren.
Stap 7: denk vóór aanbesteding al na over verificatie
Een veelgemaakte fout is dat alle aandacht naar de inschrijving gaat. Maar een lage MKI bij de aanbesteding is pas waardevol wanneer de beloofde materialen, processen en maatregelen daadwerkelijk worden toegepast.
Maak daarom vooraf afspraken over:
- welke informatie tijdens uitvoering wordt bijgehouden;
- hoe materiaalwijzigingen worden verwerkt;
- hoe hoeveelheden worden gecontroleerd;
- welke productdata moet worden aangeleverd;
- wanneer een herberekening nodig is;
- wie de uiteindelijke MKI beoordeelt.
Eco Monitor gebruikt hiervoor een as-built berekening tesamen met standaard besteksteksten voor borging in het contract. Daarmee kan de gerealiseerde situatie worden vergeleken met de prestatie die tijdens de inschrijving is aangeboden. (eco-monitor.nl)
Stap 8: gebruik projectdata voor monitoring
Wanneer ieder project opnieuw begint met een los Excel-bestand of rapport, blijft MKI een projectinstrument. De volgende stap is de resultaten over projecten heen vastleggen. Dan kunnen vragen worden beantwoord zoals:
- Hoeveel MKI-reductie realiseren onze aanbestedingen?
- Welke materiaalstromen veroorzaken de meeste impact?
- Welke maatregelen leveren veel resultaat op?
- Welke maatregelen zijn relatief kosteneffectief?
- Halen we onze organisatiedoelstellingen?
Op dat moment ontstaat de verbinding tussen project en beleid. Dit is belangrijk omdat duurzaamheidsdoelen vaak op organisatieniveau worden vastgesteld en gerealiseerd moeten worden, terwijl de daadwerkelijke impact en reducties in projecten ontstaat.
Stap 9: verdeel verantwoordelijkheden
MKI moet niet het exclusieve domein van één duurzaamheidsadviseur worden. Een werkbare aanpak vraagt verschillende verantwoordelijkheden: De projectleider bewaakt toepassing in het project; de inkoper zorgt dat de gunningsmethodiek klopt; de technisch adviseur controleert hoeveelheden en materiaalkeuzes; de duurzaamheidsadviseur ondersteunt bij de methodiek en interpretatie; de contractmanagement borgt de beloofde prestaties tijdens uitvoering.
Door deze rollen vooraf vast te leggen en te borgen in het proces, wordt MKI onderdeel van het reguliere projectproces.
Stap 10: maak van de pilot een standaard werkwijze
Na één of meerdere pilots moet de organisatie evalueren.
Welke documenten werkten goed? Welke vragen kwamen van inschrijvers? Welke informatie bleek lastig te controleren? Was de weging stimulerend? Hoeveel capaciteit kostte de beoordeling?
Gebruik deze ervaringen om standaarden op te stellen voor volgende projecten.
Denk aan:
- standaardteksten voor aanbestedingsleidraden;
- rekenformats;
- beslisbomen voor verschillende contractvormen;
- verificatieprotocollen;
- interne checklists;
- rollen en verantwoordelijkheden;
- standaard rapportages.
Daarmee hoeft niet iedere projectleider opnieuw uit te vinden hoe MKI moet worden toegepast.
Wacht niet op de laatste juridische details
De nieuwe wetgeving is nog in ontwikkeling. Dat maakt het verleidelijk om te wachten. Voor de praktische voorbereiding is dat niet noodzakelijk. De kernvaardigheden veranderen niet: organisaties moeten milieu-impact kunnen berekenen, interpreteren, meewegen, controleren en monitoren. Wie daar nu ervaring mee opdoet, kan straks veel eenvoudiger aansluiten op definitieve eisen.
Eco Monitor helpt organisaties MKI praktisch toe te passen
Eco Monitor ondersteunt publieke opdrachtgevers bij de hele keten van LCA en MKI. Van het opleiden van medewerkers en vergelijken van ontwerpvarianten tot het opstellen van referentieberekeningen, inrichten van aanbestedingen, as-built verificatie en monitoring. Daarbij staat één uitgangspunt centraal: MKI moet niet alleen worden berekend, maar gebruikt worden om aantoonbaar betere keuzes te maken.
Wilt u uw organisatie voorbereiden op de groeiende rol van MKI? Neem contact op met Eco Monitor om te bespreken welke stap bij uw organisatie past.